Menu
veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Hieronder hebben we de antwoorden voor u verzameld op de meest gestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact op met info@scanaardwarmte.nl

Filter
resultaten
Hoe worden de locaties van de SCAN-lijnen voor het seismisch onderzoek bepaald?

Een team van geologen en geofysici heeft hiervoor de bestaande seismische gegevens, gegevens van boringen en de wetenschappelijke geologische literatuur gebruikt. Op basis hiervan is ingeschat waar de ondergrond de beste kansen biedt voor aardwarmteprojecten en welke informatie nog ontbreekt. Op basis van deze studies is het SCAN-lijnenplan opgesteld. Dit plan vormt de basis voor het seismisch onderzoek binnen SCAN. In het plan is ook rekening gehouden met het beschikbare budget en er is daarom een prioritering in de lijnen aangebracht. Vlak voor de uitvoering van het seismisch onderzoek wordt er per lijn gekeken naar de bovengrondse omstandigheden en wordt bepaald hoe de lijn precies gaat lopen. De uitkomsten van de het werk zijn samengevat in rapporten die zijn gepubliceerd op NLOG.

Worden de data die volgen uit het seismisch onderzoek van SCAN ook gebruikt voor het verkrijgen van inzicht in de potentie van (nieuwe) gaswinning”

Nee, SCAN doet verkennend onderzoek in de ondergrond ten behoeve van aardwarmte. Hierbij wordt de ondergrond, op plekken waar nog onvoldoende kennis over is, in beeld gebracht. SCAN stelt alle data publiekelijk toegankelijk, deze data moet dan nog worden geduid door een expert. SCAN doet geen uitspraken over de potentie van aardwarmte of gaswinning

Kunnen de schotgaten voor seismisch onderzoek aardbevingen opwekken?

Nee, dat is niet mogelijk. De schotgaten voor het doen van seismisch onderzoek gaan tot enkele tientallen meters diep (maximaal 40 meter) en de hoeveelheid geluid die er bij het af laten gaan van een schotgat vrijkomt is klein. Zo hoor je er aan het aardoppervlak –op enkele tientallen meters van ontsteking- niet meer van dan een doffe plof.

Natuurlijke aardbevingen vinden in Nederland plaats door het oprekken van de aardkorst. Dat gaat schoksgewijs en zo’n schok noemen we een aardbeving. Het KNMI meet op welke diepten deze schokken plaatsvinden, en uit die metingen blijkt dat dat op vele kilometers diepte is. De schotgaten zitten daar niet bij in de buurt. Gezien de kleine hoeveelheid geluid die vrijkomt en de grote afstand tussen schotgat en de diepten waarop aardbevingen plaatsvinden is het niet mogelijk dat schotgaten een aardbeving opwekken.

Wat is het verschil tussen geothermie en aardwarmte?

Er is geen verschil tussen ‘geothermie’ en ‘aardwarmte’. Geothermie is de wetenschappelijke benaming voor aardwarmte.

Waar staat de afkorting SCAN voor?

De afkorting SCAN staat voor “Seismische Campagne Aardwarmte Nederland”

Wat is SCAN?

SCAN staat voor Seismische Campagne Aardwarmte Nederland. Het programma draait om het beeld dat we al hebben over de Nederlandse ondergrond te verbeteren. Het doel van het programma is om in kaart te brengen waar we de beste kansen hebben om aardwarmte te benutten.

Uit welke onderdelen bestaat het SCAN programma?

SCAN bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Het verrichten van seismisch onderzoek in het veld, vooral op plekken waarvan we nog weinig weten.
  • Het herbewerken van eerder verzamelde data van de ondergrond. Met moderne bewerkingstechnieken kan hier meer informatie uit worden verkregen.
  • Het verwerven van nieuwe data van de ondergrond door onderzoeksboringen.

Waarom is SCAN nodig?

In delen van Nederland is veel kennis van de ondergrond. Er zijn echter ook gebieden waar nog maar weinig gegevens beschikbaar zijn. Er zijn meerdere redenen om deze witte vlekken zo goed mogelijk in te vullen:

  • Zonder kennis van de ondergrond is het zeer risicovol om te investeren in een aardwarmteproject. Aardwarmte kan echter een grote rol hebben voor de energietransitie: naar een toekomst met duurzame energie.
  • Warmte laat zich moeilijk over grote afstanden vervoeren. Als er ergens een plan is voor aardwarmte, is het van belang dat we weten of de ondergrond daar geschikt voor is.

Binnen het SCAN-programma worden gegevens verzameld die nodig zijn om met meer nauwkeurigheid in te schatten waar de ondergrond in Nederland geschikt is voor aardwarmtewinning.

Wat is het doel van SCAN?

SCAN is een landelijk onderzoeksprogramma om de gegevens te verzamelen die nodig zijn om met meer nauwkeurigheid in te schatten welke delen van de Nederlandse ondergrond geschikt zijn voor aardwarmtewinning. Zo kunnen kansen op aardwarmte als duurzame energiebron beter worden ingeschat en kunnen aardwarmteprojecten sneller worden opgepakt. SCAN richt zich uitsluitend op het in kaart brengen van de ondergrond zodat anderen daar makkelijker aardwarmteprojecten kunnen starten.

Waar wordt SCAN uitgevoerd?

SCAN richt zich op gebieden waar mogelijk kansen zijn voor aardwarmtewinning en nog onvoldoende gegevens van de ondergrond beschikbaar zijn. Het gebied tussen Nijmegen en Haarlem (Midden Nederland) is het eerste aandachtsgebied van SCAN.

Hoe lang duurt het SCAN-programma?

Het SCAN-programma is gestart in maart 2018 en duurt naar verwachting enkele jaren. Voordat gestart wordt met het grootschalig uitvoeren van seismisch onderzoek voor SCAN, is in het voorjaar van 2019 een testlijn uitgevoerd tussen Utrecht en Almere. Met de resultaten van deze testlijn wordt het volledige SCAN-programma efficiënt ingericht en uitgevoerd.

Hoe worden de uitkomsten van SCAN gedeeld?

Alle data die verzameld worden binnen SCAN worden openbaar gemaakt via www.nlog.nl (een website van TNO). Deze gegevens kunnen door iedereen worden gebruikt om de kansen voor aardwarmte in te schatten in de SCAN-gebieden.

Wie voeren het SCAN-programma uit?

SCAN wordt uitgevoerd door TNO en Energie Beheer Nederland (EBN). Deze organisaties hebben ruime ervaring met projecten in de ondergrond. De voorwaarden veiligheid en betrouwbaarheid staan voorop in de uitvoering van het programma. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is subsidieverstrekker van het project. Vanuit het EU-programma Interreg wordt een subsidie verkregen.

Welke instanties geven de vergunningen af voor de uitvoering?

Voor het gebruik van springstof geeft het Staatstoezicht op de Mijnen, namens de minister van Economische Zaken en Klimaat, de benodigde vergunningen af. Mogelijk zijn er ook lokaal nog ontheffingen nodig.

Wat is seismisch onderzoek?

Bij seismisch onderzoek worden geluidsgolven de ondergrond in gestuurd om de ligging van de gesteentelagen/aardlagen in kaart te brengen.

Is er ervaring met seismisch onderzoek?

Seismisch onderzoek wordt al decennia veilig en succesvol toegepast in Nederland.

Bestaan er meerdere methodes om seismisch onderzoek te doen?

Ja, in Nederland worden meerdere methodes toegepast.

Schotgatseismiek is de meest voorkomende methode omdat deze het beste inzicht op grote diepten geeft. De methode werkt als volgt: een landmeter zet het meetnet en de onderzoekslijnen uit. Aan de hand daarvan worden op meerdere plaatsen schotgaten geboord van maximaal 40 meter diep met een doorsnede van 8 centimeter. De schotgaten worden met een boorinstallatie gemaakt die achter een tractor is vastgemaakt. In elk gat wordt een kleine hoeveelheid springstof geplaatst. Het gat wordt volledig afgedicht, met in de natuur voorkomende, korrels zwelklei (bentoniet) en water (zorgt voor het uitzetten van de zwelklei). Vervolgens worden draadloze grondmicrofoons, zogenaamde geofoons, in de grond geplaatst.

Als alles gereed is, worden een voor een de ladingen springstof ontstoken. De weerkaatsing van de geluidsgolven op de verschillende aardlagen worden opgevangen door de geofoons. Dat levert heel veel gegevens op om de ondergrond in kaart te brengen.

Van de ontploffing diep in de grond, is aan het oppervlak weinig merkbaar: je hoort een doffe plof en kunt dichtbij een lichte trilling voelen, zoals bijvoorbeeld je ook kunt hebben van een voorbijrijdende vrachtwagen. Na afloop is van een schotgat weinig te zien, terwijl alles ook netjes wordt opgeruimd.

Bij vibroseismiek sturen speciale trucks geluidsgolven de ondergrond in. Deze techniek kan alleen worden uitgevoerd op een harde ondergrond en wordt daardoor vaak op wegen toegepast.

Airgunseismiek wordt op open water gebruikt. Daarbij wordt samengeperste lucht in het water losgelaten.

Voor de uitvoering van het seismisch onderzoek onder SCAN zal over het algemeen gebruik gemaakt worden van schotgatseismiek.

Wat kunt u merken van het seismisch onderzoek?

Als u bewoner bent in de omgeving waar het seismisch onderzoek plaatsvindt, wordt u via brieven, een folder en bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten en de media geïnformeerd. Hier kunt u ook een factsheet ophalen waarin alle belangrijke zaken op een rij zijn gezet.

In het veld begint het seismisch onderzoek met een goede schouw van de omgeving. Een medewerker inventariseert de afstand tot gebouwen, mogelijke obstakels, of gevoelige objecten (bijvoorbeeld ondergrondse leidingen en gevoelige gewassen.

  • Daarna worden de locaties van de schotgaten uitgezet.
  • Met een kleine boorinstallatie achter op een tractor worden vervolgens om de 40 tot 100 meter, in een zo recht mogelijke lijn, gaten geboord. Deze gaten hebben een diameter van ongeveer 8 cm en een diepte tot maximaal 40 meter. In elk gat wordt een kleine lading springstof geplaatst en weer afgedicht met zwelklei.
  • Enkele dagen tot een paar weken later worden op elke 5 meter zogenaamde geofoons (grondmicrofoons) geplaatst.
  • Dan duurt het weer enkele dagen voordat de kleine ladingen springstof worden ontstoken. Als u dichtbij de bron zou staan, zou u hiervan een doffe plof kunnen horen en mogelijk een lichte trilling kunnen ervaren (alsof een vrachtwagen voorbijrijdt). De geofoons registreren de echo’s van de opgewekte geluidsgolven in de ondergrond.
  • Na afloop worden de geofoons weer weggehaald. Daarbij wordt ook gecontroleerd of het onderzoek geen sporen heeft achtergelaten. Is dat wel zo, dan worden deze natuurlijk hersteld.

Wie informeert mij over het seismisch onderzoek?

EBN informeert (mogelijk samen met betrokken gemeenten) bewoners en gebruikers in de directe omgeving voorafgaand aan en tijdens het seismisch onderzoek. We maken van tevoren, samen met de betrokken gemeente(n), hiervoor specifieke omgevingscommunicatieplannen.

Hoe wordt de omgeving geïnformeerd over de uitvoering van het seismisch onderzoek?

Als bewoner of gebruiker in de directe omgeving wordt u voorafgaand aan de uitvoering van een onderzoekslijn in het seismisch onderzoek geïnformeerd. Dit gebeurt middels advertenties in huis-aan-huis bladen, via betrokken gemeenten, of u krijgt een brief in de bus. Of er meer nodig is, zoals een informatiebijeenkomst, bepalen we in afstemming met de gemeente.

Als u gebruiker of eigenaar bent van een perceel dat mogelijk binnen het gebied van een onderzoekslijn ligt, dan vraagt EBN u persoonlijk toestemming.

Hoe wordt omgegaan met de omgeving van een onderzoekslijn in het seismisch onderzoek?

Voordat het onderzoek in het veld van start gaat, overleggen we met betrokken gemeenten en andere belanghebbenden (zoals natuurbeheerders, grondbezitters/-gebruikers en waterschappen). Het onderzoek wordt aldus gezamenlijk voorbereid. Dat betekent dat de onderzoekslijnen zorgvuldig worden nagelopen en ingepast in de omgeving. Er wordt rekening gehouden met vele aspecten, zoals de natuur, bebouwing, wegen, sloten en ondergrondse kabels en leidingen.

Wie voert het seismisch onderzoek uit?

Het onderzoek wordt in opdracht van EBN uitgevoerd door Rossingh Geophysics, een aannemer die gespecialiseerd is in seismisch onderzoek.

Waarom wordt het seismisch onderzoek soms in de avonduren gedaan?

Het gebied rondom een onderzoekslijn kan rumoerig zijn (bijvoorbeeld door verkeer). Om een goede meting te doen, is het belangrijk dat er zo min mogelijk omgevingsgeluiden zijn. Het seismisch onderzoek vindt daarom soms plaats in de avond tussen ongeveer 19 en uiterlijk 23 uur. Soms kiezen we ook voor de zaterdag.

Hoe verhoudt het SCAN-programma zich tot het UDG-programma en de EBN-deelname?

Het SCAN-programma wordt uitgevoerd door TNO en EBN met een volledige subsidie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dit programma staat los van de mogelijke deelname van EBN aan een aardwarmteproject en is gescheiden van het UDG programma.

SCAN is een landelijk onderzoeksprogramma om gegevens te verzamelen die nodig zijn om met meer nauwkeurigheid in te schatten waar de Nederlandse ondergrond geschikt is voor de benutting van aardwarmte. Het gaat hierbij om aardwarmte voor het gehele diepte-interval, zowel aardwarmte als ultradiepe aardwarmte. Het seismisch onderzoek richt zich uitsluitend op het verzamelen van regionale gegevens. De gegevens voor concrete projecten en de financiering daarvan ligt bij de projecten zelf. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en vertegenwoordigers uit de wetenschap zien toe op het naleven van de SCAN-doelstellingen. Het regionale lijnenplan wordt daarnaast met iedere relevante provincie afgestemd.

De UDG Green Deal is een samenwerking van zes verschillende consortia om Ultra Diepe Geothermie pilots mogelijk te maken. EBN voert de regierol van het gezamenlijke exploratie-programma binnen deze Green Deal. Hierin is voor enkele consortia aanvullend project specifiek seismisch onderzoek opgenomen. Door de onderlinge samenwerking kunnen de seismische onderzoeken optimaal worden uitgevoerd. De consortia binnen de Green Deal kunnen, net als andere aardwarmte-initiatieven in Nederland, EBN uitnodigen om deel te nemen in hun project.

Wie houdt er toezicht tijdens het onderzoek?

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt toezicht gedurende het seismisch onderzoek. Meer info over de toezichthoudende verantwoordelijkheid van het SodM is te vinden op: https://www.sodm.nl/over-ons.

Is er kans op schade bij seismisch onderzoek?

Mocht er, onverhoopt, schade ontstaan (zoals rijsporen op het veld), dan zal een onafhankelijke expert de oorzaak en omvang van de schade beoordelen. Mocht de schade inderdaad zijn ontstaan als gevolg van het seismisch onderzoek, dan vergoedt of herstelt EBN deze. De kansop schade met een grote impact is zeer klein en EBN doet er alles aan elke vorm van schade te voorkomen.

Is er een schadeprotocol?

EBN is wettelijk aansprakelijk voor fysieke schade als gevolg van seismisch onderzoek. Dat betekent dat EBN ervoor moet zorgen dat de schade wordt hersteld en/of dat EBN daarvan de kosten betaalt. Uitgangspunt hierbij is dat schademeldingen zo snel, zorgvuldig en transparant mogelijk worden afgewikkeld. Daarom is een schadeprotocol opgesteld met een schadeformulier om melding te kunnen doen.

Waar vind ik het schadeformulier?

Het schadeformulier is te vinden op www.scanaardwarmte.nl/schadeformulier/

Ik heb een klacht, waar kan ik terecht?

Mocht u een acute klacht hebben naar aanleiding van werkzaamheden in uw omgeving, dan kunt u alle dagen van de week, 24 uur per dag bellen met nummer 030-233 90 13. Heeft u een klacht die niet spoedeisend is? Dan kunt u het klachtenformulier invullen en mailen naar: scan@ebn.nl.

Meer informatie over de klachtenprocedure en het formulier kunt u vinden op https://www.scanaardwarmte.nl/klachtenformulier. 

Waar kan ik terecht voor informatie over het seismisch onderzoek?

Meer informatie over aardwarmte en een gedetailleerde uitleg over seismisch onderzoek is te vinden op www.hoewerktaardwarmte.nl.

Informatie over SCAN is te vinden op deze site. U kunt uw ook vraag mailen naar scan@ebn.nl.

Zijn er acute situaties die zich voordoen tijdens de uitvoering van het seismisch onderzoek, dan kunt u in deze urgente gevallen op elk moment bellen met 030 –233 90 13.

Wat is de testlijn?

Voorafgaand aan de start van het grootschalig uitvoeren van het seismisch onderzoek, is ervaring opgedaan met een zogenaamde testlijn. Met de resultaten hiervan wordt het komende, volledige SCAN-programma efficiënt ingericht en uitgevoerd. Het seismisch onderzoek van de testlijn vond plaats in maart 2019.

Waar kan ik meer informatie vinden over de testlijn?

Hier kunt u een film (+/-4 minuten) zien over hoe de werkzaamheden van de testlijn zijn verlopen.

Waar ligt de testlijn?

De testlijn loopt van Utrecht naar Almere, door de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland. De testlijn is daarbij door negen gemeenten gegaan.

Welke gemeenten zijn betrokken bij de testlijn?

Almere, Zeewolde, Baarn, Utrecht, Hilversum, Eemnes, Blaricum, Laren, Huizen en De Bilt.

Van welke methode is er gebruik gemaakt voor het seismisch onderzoek in de testlijn?

Bij de testlijn binnen het SCAN-programma is schotgatseismiek gebruikt.

Wanneer zijn de resultaten van de testlijn bekend en wanneer worden deze publiek gemaakt?

Via nieuws op deze site wordt u op de hoogte gehouden wanneer de data beschikbaar zijn.

Wat is aardwarmte?

Diep in de Nederlandse ondergrond is warm water aanwezig dat onder andere is opgeslagen in (poreuze) zand- en kalksteenlagen. Hoe dieper in de aarde, hoe warmer het wordt. Met iedere kilometer die je in Nederland de diepte in gaat, stijgt de temperatuur ongeveer 30  ̊C. Op twee tot drie kilometer diepte zit dus water van wel 60 tot 90  ̊C. De energie die in dit warme water zit, wordt aardwarmte of geothermie genoemd.

Wanneer spreek je van bodemenergie en wanneer van aardwarmte?

Ondieper dan 500 meter spreken we van bodemenergie. Tussen 500 en 4.000 meter is sprake van aardwarmte/geothermie. Vanaf meer dan 4.000 meter hebben we het over ultradiepe geothermie, oftewel ultra diepe aardwarmte. Hoe dieper de aardlaag, hoe heter het water wordt. Voor SCAN wordt er gekeken naar de diepere aardlagen (dieper dan 500 meter), niet naar de mogelijkheden voor bodemenergie.

Wat is het nut van de mogelijkheden onderzoeken om aardwarmte te winnen?

Aardwarmte, ook wel geothermie genoemd, is een bewezen bron van duurzame energie die al in delen van Nederland succesvol wordt toegepast. Aardwarmte kan op een duurzame manier voorzien in een aanzienlijk deel van behoefte aan warmte. Bij een duurzame energievoorziening is aardwarmte een belangrijke energiebron, een bron die niet afhankelijk is van weer, wind of het seizoen.

Waar kunnen we aardwarmte voor gebruiken?

Op dit moment gebruiken we in Nederland nog veel aardgas voor industriële processen en om huizen en kantoren te verwarmen. De Nederlandse overheid wil dit warmtegebruik verduurzamen. Als onderdeel van de energietransitie ziet de overheid kansen voor het toepassen van aardwarmte in huizen, kantoren, kassen, zwembaden, etc. en voor bepaalde industrie.

Wanneer is de ondergrond geschikt voor aardwarmtewinning?

Het is niet zozeer de vraag waar het warme water zit, maar waar het warme water gewonnen kan worden. Dit is afhankelijk van de dikte en de eigenschappen waaronder de doorlatendheid van een aardlaag en dus de opbouw van de ondergrond. Hoe de Nederlandse ondergrond eruitziet, verschilt van plek tot plek.

Hoe werkt aardwarmtewinning?

In de ondergrond zit in alle aardlagen water dat naarmate je dieper komt, steeds warmer wordt. Om deze warmte uit de grond te halen, worden er twee diepe putten geboord naar een geschikte aardlaag. De eerste put pompt het warme water omhoog. Een warmtewisselaar haalt de warmte eruit zodat we deze kunnen gebruiken. Het afgekoelde water gaat via de andere put weer terug in de grond, in dezelfde diepe aardlaag. Bovengronds staan deze putten enkele meters uit elkaar maar het uiteinde van deze put bevindt zich op maximaal 2 kilometer afstand van de eerste put om de warmwaterbron, het reservoir, niet te snel af te koelen. Geleidelijk warmt het water in de aarde weer op door de hitte uit de aardmantel en korst. De gewonnen warmte stroomt via een warmtenetwerk van buizen naar woningen, gebouwen, industrie en kassen.

Wordt er al aardwarmte gewonnen in Nederland?

Er bestaan al diverse projecten met aardwarmte. Vooral tuinbouwbedrijven hebben een installatie voor het verwarmen van hun kassen met aardwarmte. Deze warmte wordt op 2 tot 4 kilometer diepte gewonnen, waar water zit van 60  ̊C tot 120  ̊C. Op de website van Platform Geothermie (www.geothermie.nl) kunt u een overzicht vinden van bestaande projecten.

Is er al veel ervaring met aardwarmteprojecten?

Momenteel zijn er ongeveer twintig aardwarmteprojecten in Nederland. De komende jaren is het de bedoeling dat de sector verder wordt versterkt en ontwikkeld. Dan kan aardwarmte een grote rol van betekenis vervullen in de energietransitie. In het buitenland zijn ook aardwarmteprojecten. De ondergrond in Nederland is anders. Daar waar de ondergrond vergelijkbaar is, wordt de kennis en ervaring benut.

Wat is de gemiddelde levensduur van een aardwarmteproject?

Doorgaans wordt 30-35 jaar aangehouden. Dit verschilt per project.