Menu
onderzoeksboringen

Wat is aardwarmte?

Diep in de aarde is het warm. Hoe dieper in de aarde, hoe warmer het daar is. Met iedere kilometer diepte stijgt de temperatuur met iets meer dan 30˚C. Een deel van de gesteenten in de bovenste kilometers van de aardkorst is poreus en gevuld met water. Op twee tot drie kilometer diepte bevindt zich dus water met een temperatuur van wel 70 tot 100 ˚C. De energie die in dit warme water zit wordt ‘aardwarmte’ of ‘geothermie’ genoemd. Deze warmte kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld het verwarmen van woningen, gebouwen, industrie of kassen in de glastuinbouw.

De aarde produceert constant nieuwe warmte in de  aardkorst en aardmantel en deze warmte straalt via de bovenliggende aardlagen uit naar het aardoppervlak. Energie die je wint uit de bovenlaag van de aarde tot 500 meter, noemen we bodemenergie. Alle winning van warmte dieper dan 500 meter noemen we aardwarmte of ook wel geothermie. Rond een diepte van 500m spreken we over ondiepe geothermie of aardwarmte. En als er wordt gesproken over warmtewinning op een diepte van meer dan 4000 meter, dan spreken we over ultradiepe geothermie of aardwarmte.

Waarom aardwarmte?

Het is noodzaak om onze CO2-uitstoot te verminderen, zoals afgesproken is in het klimaatakkoord in Parijs. Nederlandse gemeentes, provincies en het Rijk werken daarom aan plannen om steden, regio’s en Nederland klimaatneutraal te maken in 2050. Aardwarmte is een duurzaam en betrouwbaar alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving en de lichte industrie. Aardwarmte zou mogelijk ongeveer 30% van de huidige warmtevraag kunnen leveren (bron: Masterplan Aardwarmte, 2018). In een duurzame energievoorziening is aardwarmte een belangrijke en ook voorspelbare en betrouwbare energiebron omdat het niet afhankelijk is van weer, wind of van het seizoen.

Hoe werkt het?

In de ondergrond zit in alle aardlagen water, dat naarmate je dieper komt steeds warmer wordt. Om deze warmte uit de grond te halen worden er minstens twee diepe putten geboord naar een voor aardwarmte geschikte aardlaag. Één put pompt het warme water omhoog. Een warmtewisselaar haalt daar de warmte eruit zodat we deze kunnen gebruiken. Het afgekoelde water gaat via een andere put weer terug in de grond, in dezelfde diepe aardlaag. Bovengronds staan deze putten enkele meters uit elkaar maar in de ondergrond bevindt het uiteinde van deze put zich op ongeveer 1,5 tot 2 kilometer afstand van de eerste put om zo de warmwaterbron, het reservoir, niet te snel af te koelen. Geleidelijk warmt het water in de aarde weer op door de warmte die uit de aardmantel en -korst richting het aardoppervlak stroomt. De gewonnen warmte stroomt dan via een warmtenetwerk van buizen naar woningen, gebouwen, industrie en kassen.

Vergunningen en toezicht

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), ziet erop toe dat wanneer er naar aardwarmte wordt geboord, dit op een veilige manier gebeurt voor mens en milieu en in overeenstemming is met wet- en regelgeving. De minister van Economische Zaken en Klimaat is de vergunningverlener en stelt de kaders voor opsporing en winning van aardwarmte. SodM is adviseur van EZK en ziet toe op de naleving van de wet- en regelgeving, onder andere door winningsplannen te toetsen op aspecten rond veiligheid en milieubescherming. SodM houdt toezicht door de bedrijven te bezoeken en te controleren.