In deze studie onderzoeken we of de hoeveelheid spleten en hun doorlatendheid kunnen worden ingeschat. De Dinantien kalkstenen zijn van zichzelf meestal vrij ondoorlatend. Kleine spleten (fractures) zijn belangrijk om genoeg water uit deze gesteentes te kunnen produceren of erin te kunnen injecteren.
Sommige andere niet-seismische methodes, zoals de Magneto-Tellurische methode en Controlled Source Electro Magnetics zijn minder gebruikt en minder bewezen. Voor deze technieken is een studie uitgevoerd om te kijken of deze technieken toepasbaar zouden kunnen zijn in de Nederlandse geothermie.
Deze studie beoogt om het vermogen van UDG doubletten in te kunnen schatten. Omdat er veel onbekend is wat betreft de ondergrond (o.a. over de doorlatendheid, temperatuur, verbreuking), zijn er grote onzekerheden in de uitkomsten.
De doorlatendheid van de Dinantien kalkstenen kan veranderen (verbeteren) door natuurlijke oplossing, de zogenaamde ‘karst’. Aan de andere kant kan de doorlatendheid ook zijn verslechterd doordat er mineralen of metaaldeeltjes neerslaan in het gesteente, dit als gevolg van andere chemische processen. We proberen te voorspellen welke processen hebben plaatsgevonden op plekken waar nog niet is geboord. Dat doen we door observaties uit eerdere boringen en in ontsluitingen, in combinatie met de studie naar begravingsgeschiedenis.
*rapportage in combinatie met het rapport Facies distribution